skip to Main Content
Blik Op Pinnisjoch Waarachter De Innsbrucker Hütte Ligt.
Blik Op Pinnisjoch Waarachter De Innsbrucker Hütte Ligt.
Innsbrucker Hütte In De Avond
Eerste Etappe Van De Stubaier Höhenweg Op De Kaart
Blik Op Pinnisjoch Waarachter De Innsbrucker Hütte Ligt.Innsbrucker Hütte In De AvondEerste Etappe Van De Stubaier Höhenweg Op De Kaart
Bericht Series: Stubaier Höhenweg

Met goedgevulde rugzakken, vertrokken we 1 augustus uit Nederland. In Gries im Sellrain maakten we onze eerste Oostenrijkse nacht, om de volgende dag met de bus naar Neustift te gaan. Na een sprongetje omhoog met de Elferbahn, was het tijd voor het echte voetenwerk.

In Nederland hadden we aan de hand van de Stubaier Höhenweg een route bedacht die ons 12 wandeldagen zoet kon houden. Door de Starkenburger Hütte -voor ons de laatste hut van de Stubaier Höhenweg- over te slaan, en de oversteek te maken naar het Sellrainer gebergte, zouden we weer bij onze auto in Gries uitkomen. Met kaartmateriaal van 1:50.000 paste alles op één Kompass kaart (nr 83). In de startplaats Neustift kon ik als kaartenliefhebber de 1.25.000 kaarten bij de lokale sigarettenboer niet weerstaan. Twee kaarten extra gewicht kon ook nog wel mee en tijdens de wandeldagen kwamen deze nog wel eens van pas, een aanbeveling dus. Belangrijkste verschil is vooral de detaillering van het terrein en dus ook informatie over onze route. Verder hadden we een erg prettig boekje over de Höhenweg bij ons van Alan Hartly, ‘Trekking in The Stubai Alps’. Gedetailleerd en zeer correct qua informatie. In de hutten troffen we meer Hartly-lezers.

Naar de Innsbrucker Hütte

Na een lange dag autorijden, een goede nachtrust en een lekker ontbijt, stonden we om 7.30 uur bij de bus in Gries. Onze wandelkleding aan, alles wat we niet mee konden en wilden dragen bleef achter in het hotel en de auto. De busrit via Innsbruck verliep vlotjes en aangekomen in Neustift kochten we vers brood voor 2 dagen lunch. Omdat we nauwelijks bewoonde wereld meer zouden zien, verstuurden we onze ansichtkaarten op dag 1. Met de Elferbahn werden we met drie Zwitsers en een hond met hoogtevrees op 1790m hoogte afgezet, om 11.00 uur. Eindelijk was het zover. Tas goed op de rug en lopend op weg naar de Elfer Hütte. We kozen voor de route via de panoramaweg naar de Karalm, om van daar naar Pinnisjoch en de Innsbrucker Hütte te wandelen. Het zag er voor een eerste dag kalm uit en een panoramaweg, klinkt altijd goed. Het was schijn.

Naar de Elfer Hütte was het gelijk al lekker klimmen, zoekend naar je ritme en de tas wegend op de schouders. De bovenbenen hadden onvoldoende training gekregen, maar cardiotechnisch was alles in orde concludeerden we tijdens de lunch. Met goede moed vervolgden we om 12.00 uur de panoramaweg naar de Karalm. Die ‘weg’ was gewoon een bergpad wat lekker op en neer ging. Bovendien waren wij nog niet gewend aan de kilo’s op de rug en bij de Karalm aangekomen was het voor de eerste dag eigenlijk genoeg geweest. Een pauze was dus wel nodig en bij de alm was dat bijzonder aangenaam. Leuke bediening die van alles vertelde en ons onder andere probeerde uit te leggen wat toch ‘holunder’ was, waar hun eigengemaakte ‘holundersaft’ van was gemaakt. ‘t Werd niet helemaal duidelijk.

Zoals een beetje berghut betaamd, was de hut voor ons oog nog verborgen. Wat we wisten was dat er om 14.15 uur nog ruim 600 meter gestegen moest worden naar Pinnisjoch en de hut dan niet ver meer was. In aangenaam weer deden we het in ruim twee uur. Eenmaal boven lag de hut letterlijk om het hoekje te wachten. Heerlijk om na een -te- lange eerste dag er dan eindelijk, om half vijf te zijn. Kort na onze aankomst begon het te regenen en onweren. We waren blij in een warme gezellige hut te zijn. Tijd voor verfrissing met koud water en vervolgens in de gaststube te genieten van warme thee.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!
Back To Top
×Close search
Zoeken